Jonatan was altijd op de hoogte van de laatste trend. Hij zag er iedere dag weer tip en top uit, alsof hij zo uit de etalage van een kledingwinkel was gestapt. Bovenop zijn hoofd had hij een grote kuif, die hij iedere ochtend met een flinke lading haarlak in model spoot. Een dag zonder kuif, zou voor hem voelen als het verliezen van zijn identiteit.
Zijn slaapkamer was eveneens een uitspatting van moderne kleuren en stond vol met skateboards. Ze lagen onder zijn bed, in de vensterbank en er hingen er zelfs twee aan de muur.
Vandaag ging hij met zijn vriend Matthijs naar een skatepark, waar ze elkaar twee jaar geleden ook hadden ontmoet. Toen Jonatan Matthijs voor het eerst zag, werd hij geconfronteerd met zijn seksuele voorkeur. Hij was gelijk verliefd. Een halfuur later, toen hij Matthijs bovenop een schans met een meisje had zien zoenen, was de keerzijde van de medaille. Hij schaamde zich voor zijn gevoelens en gedachten. Toen hij Matthijs de volgende dag geschrokken tegen het lijf was gelopen, waren ze toch met elkaar in gesprek geraakt. De zoen waarmee Matthijs het gesprek abrupt had onderbroken, veranderde uiteindelijk alles.
Jonatan schoof een groen board van de muur, pakte zijn jas en trok vervolgens de deur achter zich dicht. Het grootste deel van de route naar het station had perfect asfalt voor zijn skateboard. Alleen bij het kruisen van de spoorwegovergang hadden de wieltjes het zwaar. Vijftien minuten later gleed Jonatan de hal van het station binnen. Op een zeer behendige manier wipte hij het skateboard op en droeg het daarna onder zijn arm.
Korte tijd later kwam de trein het station binnengereden. Tientallen mensen stapten uit. Jonatan had zich strategisch, helemaal aan het eind van het perron bij de laatste deur opgesteld. In tegenstelling tot de drukte op het midden van het perron, stond Jonatan in zijn eentje. Toen de deur open schoof, kwam een verliefd stelletje, een moeder met twee kinderen en een oudere heer met een grote koffer naar buiten. Jonatan had nog aangeboden de koffer op het perron te tillen, maar de heer negeerde het vriendelijke gebaar.
Het ritje duurde niet lang. Bij de eerstvolgende halte moest hij er alweer uit. Daarom was hij in het halletje blijven staan. Hij stond in het midden van de ruimte bij een paal en hield zich daar met één hand stevig aan vast. Met zijn andere hand scrolde hij op zijn telefoon door zijn berichten en het skateboard hield hij onder zijn voet geklemd. Toen uit een smal deurtje de conducteur verscheen, keek Jonatan met een schuin oog het halletje rond. Hij zag hoe de man door een andere deur de coupe in verdween, terwijl hij zijn aandacht ook nog bij zijn telefoon probeerde te houden. Een klein eindje verderop naast het eerste bankje in de coupe had hij een glimp van een tas opgevangen. Een roze tas. Hij nam niet de moeite wat beter de ruimte in te kijken, maar waarschijnlijk zou hij haar toch niet kunnen zien. Wel probeerde hij zich een voorstelling te maken van hoe ze eruit zou zien. Ze had blond haar, een rode jas en droeg een spijkerbroek, gokte hij. Jonatan stond een beetje te dromen en als hij dat deed, dacht hij na over dit soort onzinnige dingen.
Ineens remde de trein stevig af voor de naderende halte. Jonatan stak zijn telefoon in een binnenzak, keek op en had direct oogcontact met de jongen die van het eerste bankje in de coupe was opgestaan. Hij bukte en pakte zijn roze tas, verliet vervolgens de trein en begroette zijn vriendin met een dikke kus.